Ik had Let’s Rock eigenlijk weggelegd om na één keer te vergeten. Een van de singles was best aardig, maar ja, de rest… Eentonig, is dat het juiste woord? Beneden verwachting voor zo’n beroemd rockduo misschien?

‘Let’s Rock? Graag, maar kom dan met wat beters’, verwoordt Gijsbert Kamer het in de Volkskrant. Twee van de vijf bollen oordeelt Hester Carvalho van NRC.

Een paar goede hits, maar verder niet boeiend; iedereen kan dat soort bluesrock spelen. Dat zeiden mijn muziekliefhebbende vrienden vroeger, toen The Black Keys heel populair was. Eigenlijk kan ik me niet herinneren dat iemand ooit heeft gezegd dat The Black Keys nou écht goed is. Ik vond dat ook altijd.

Nu zette ik laatst toch dat album op omdat ik er zin in had, luisterde met een glimlach op mijn gezicht en draaide het volume nog eens extra open bij het refrein van Shine a Little Light, de opener van Let’s Rock. Ik kon er namelijk niet omheen: het album doet wat de titel belooft.

Poep

Interessant dat zoiets kan veranderen en dat wie kritisch met het hoofd luistert en er iets professioneels over moet zeggen, de muziek niet veel beter dan goud gespoten poep vindt. Als je het zonder enige kennis zou horen, zou je het misschien beter kunnen waarderen. Carvalho van NRC zegt het zelf: ‘Voor iedere andere groep was het een prestatie, maar voor The Black Keys is het niet genoeg.’

Het doet me denken aan een andere veel gehate band: Mumford and Sons. De tendens is toch al snel: wat doet een banjo nou weer in een rockband? Ehh, pardon, dan is het dus een folkband. Dat is toch wat ze spelen, folk? Iedere keer dezelfde opbouw en dan het publiek laten meezingen en lekker tokkelen en dat dan ook op het volgende album?

Ik kan me herinneren dat levende shockrocklegende Alice Cooper in een filmpje zei: ‘Generaties van nu moeten hun tanden eens in een lekkere steak zetten.’ Volgens Alice was dat hard nodig, want wat een band als Mumford and Sons doet heeft niets met rock te maken. ‘Rockbands hebben geen accordions.’ In Amerikaanse komische animatieserie Family Guy zit ook een Mumford-grapje over de vermeend kleffe en uitgemolken formule van de band.

Ik vind dat zelf best grappig.

Van Mumford moest ik weinig hebben en ik was het eens met veel cynische critci. Maar wordt het nu niet een beetje te makkelijk om te haten op zo’n band en is het laatste album Delta, met achterliggende verhalen van bandleden, muzikaal niet een best interessant stukje muziek?

Kritiekkramp

Ik ben niet objectief. Ik zag Mumford en zijn ‘zonen’ in Amsterdam. Daar gaven ze een van de (voor mij) meest ontroerende concerten sinds The National op Best Kept Secret 2018. Vergelijk het met een warme massage die alle zurige kritiekkramp uit borst en schouders wegmasseert.

De mannen in de band hadden volgens mij echt plezier in muziek maken, waren dankbaar voor de waardering en het belangrijkst: ze speelden goed. De strot van Marcus Mumford was indrukwekkend, de muzikanten speelden zuiver. Dat lijkt me een belangrijkere reden dan hoe iets ‘hoort’ te zijn.

Je kunt veel zeggen over de kwaliteit van dit soort bands. Dat mensen en muzikanten zelf vrolijk worden van de muziek zal niet het belangrijkste criterium zijn bij een kwaliteitscheck. En ja, goede bands horen behoorlijk te presteren, in het beste geval de verwachtingen overtreffend. Maar twee sterren/bollen voor Delta en Let’s Rock? Kom op.

En Alice Cooper? Die heb ik hoog zitten, maar ik kan niet hetzelfde zeggen over Alice’ concerten in Zoetermeer in 2011 en Tilburg in 2016. Over artiesten die nog zo veel doen op die leeftijd, kan ik dan wel met bewondering een blog vol schrijven. En een icoon als Alice kan ik wat conservatisme snel vergeven.


Delen: